Diagnose: Differentiaaldiagnose

Een differentiaaldiagnose gebruiken we in feite als een hulpmiddel om ons uit een mogelijke tunnelblik te helpen. De officiële betekenis van een differentiaaldiagnose (diacrise) luid:

Differentiaaldiagnose is een wetenschappelijke methode om uit een lijst van mogelijke aandoeningen waaraan een bepaalde patiënt zou kunnen lijden, gegeven de klachten en symptomen die op dat moment bekend zijn, een diagnose te stellen.

Dit moet je niet te letterlijk nemen, want dat zou bijvoorbeeld betekenen dat je de diagnose “huidworm” zou kunnen stellen puur en alleen omdat de vissen schuren (flitsen). Aangezien er vele aandoeningen te bedenken zijn waarbij een vis schuurt/flitst ben je dan namelijk aan het gokken. Het is meer een palet van symptomen die in een bepaalde richting kunnen wijzen. Het daadwerkelijke onderzoek moet aantonen dat de gestelde diagnose klopt met de veronderstelling van wat het probleem zou kunnen zijn.

Feitelijk draaien we het om. We voeren ons onderzoek uit en stellen als we geluk hebben een diagnose. Met andere woorden: we vinden iets dat mogelijk het welzijn van de vissen schaadt. Van het gestelde in de definitie van de differentiaaldiagnose hierboven maken we dan gebruik, door te bekijken of de gestelde diagnose past bij het afwijkende gedrag (de ziekte) van de vissen.

Dit klinkt allemaal heel ingewikkeld, maar dat is het niet. Aan de hand van een voorbeeld zal ik dit trachten duidelijk te maken.

Diagnose

Voorbeeld

Ron ontdekt op een kwade dag dat zijn vissen levenloos en met geknepen vinnen op de bodem van de vijver liggen. Hij besluit een onderzoek te starten (zie artikel Diagnose (laten) stellen). Tijdens het microscopisch onderzoek constateert hij de aanwezigheid van huidwormen op zijn vissen. Tijdens de controle van de waterkwaliteit merkte hij al dat zijn ammonia waarde veel te hoog was en bedacht zich toen dat hij dit voorjaar veel te snel veel te veel was gaan voeren, waardoor het filter niet voldoende tijd had om op oorlogssterkte te komen. Hij neemt maatregelen om de ammonia te verlagen en besluit een wormenmiddel te gebruiken als behandeling tegen de huidwormen. Een week later zijn de vissen nog niet opgeknapt, enkelen zijn al overleden. Ron roept de hulp van een deskundige in.

De deskundige doet het gehele onderzoek opnieuw. Middels de anamnese weet hij van de ammoniapiek. Dit probleem is echter verholpen want hij meet geen ammonia meer. Bij het microscopisch onderzoek vindt hij echter grote hoeveelheden Costia. De huidwormen waar Ron het over had zijn niet terug te vinden.

Wanneer Ron gebruik had gemaakt van de differentiaaldiagnose dan had hij geconstateerd dat met genepen vinnen op de bodem liggen geen algemeen verschijnsel is dat voorkomt bij een uitbraak van huidwormen. Hij had verder moeten zoeken en wellicht zijn behendigheid met de microscoop middels een cursus moeten vergroten, want blijkbaar heet hij de Costia over het hoofd gezien.

Moraal van het verhaal is dat Ron blij was dat hij iets gevonden had en hiernaar gehandeld heeft. Echter de symptomen passen niet bij zijn vondst. De diagnose was dus onvolledig, want naast huidwormen hadden de vissen vooral last van Costia (een kleine parasiet die vaak over het hoofd wordt gezien)

Auteur: Joop van Tol (www.koitoday.nl)