Erfelijkheid

Erfelijkheid

Zoals in deze artikelenreeks aangegeven zijn er slechts zes manieren te bedenken waardoor de vissen in uw vijver ziek kunnen worden. De eerste vijf hebben we behandeld, dit waren: slechte waterkwaliteit, stress, besmetting, langdurig verkeerde voeding en beschadiging. De laatste ziekteverwekker is “genetisch”.

Zoals u ongetwijfeld weet, wordt ons lichaam opgebouwd en onderhouden vanuit de genetische code; het DNA. De deel hiervan krijgen we van onze moeder, de rest van onze vader. Deze mix veroorzaakt een oneindige hoeveelheid mogelijkheden en maakt ons uniek (tenzij we onderdeel zijn van een eeneiige meerling). Dit DNA wordt ook gekopieerd bij celdeling voor de opbouw van ons lichaam en bij cellen die vervangen moeten worden. Bij vissen en anderen organismen werkt dit precies hetzelfde.

Nu kan het zijn dat er een fout zit in de DNA-code, wat er bijvoorbeeld op latere leeftijd voor zorgt dat het organisme een tumor gaat ontwikkelen waaraan het uiteindelijk sterft. Als het organisme zich daarvoor al heeft voortgeplant, dan bestaat de kans dat die foute codering al is doorgegeven aan het nageslacht. Er is dan sprake van een erfelijke afwijking die tot ziekte kan leiden. In dit geval kunt u, in tegenstelling tot de vijf andere ziekteverwekkers, als verzorger van de vis niet veel doen. Je zou dit pech kunnen noemen.

Wat echter ook kan is dat het DNA beschadigt nadat de vis uit het ei is gekropen en hierdoor “foute” kopieën gaat maken die bijvoorbeeld tumorvormend zijn. Dit beschadigen kan ontstaan tijdens het kopieerproces (pech), maar ook door invloeden van buitenaf als UVC licht, medicatie (gif), algenmiddelen op koperbasis, straling, tekort aan vitamines en dergelijke. In deze laatste gevallen hadden we ziekte kunnen voorkomen door voorzorgsmaatregelen.

Onder siervissen komen veel vaker erfelijke ziektes voor dan onder wilde exemplaren. Wat de kwekers zo mooi bloedlijnen noemen is echter vaak het gevolg van inteelt. Nauw aan elkaar verwante vissen (broertjes en zusjes of neefjes en nichtjes) worden met elkaar gekruist, omdat deze vissen een bepaald gewenst kenmerk hebben (bijvoorbeeld een hele heldere kleur rood). Door een verminderde genetische variatie ontstaan dan procentueel meer afstammelingen met een erfelijk defect. Kwekers moeten dus regelmatig “vers bloed” introduceren om dit te voorkomen. Dat doen ze echter niet graag omdat hierdoor ook de gewenste eigenschap verloren kan gaan. Daarnaast is het bij de kweekvissen niet de sterkste vis die overleeft (mag doorgroeien naar een verkoopbaar exemplaar) maar de mooiste. Er is dus geen sprake meer van natuurlijke selectie (zwakke exemplaren worden in de natuur vaak niet oud) waardoor de kans op genetisch zwakke vissen in uw aquarium of vijver toeneemt.

Auteur: Joop van Tol (Koitoday)