Nitrificatie

Nitrificatie

In een vorig artikel heb ik de stikstofkringloop in zijn meest eenvoudige vorm toegelicht. De stikstofkringloop is hét belangrijkste biologische proces dat de vijver leefbaar houdt voor haar bewoners. Doordat onze vijvers vaak te klein zijn voor de hoeveelheid vis die we houden, moeten we de stikstofkringloop en dus ook het nitrificatieproces, een handje helpen. In dit artikel lichten we het nitrificatieproces verder toe.

Nitrificatie is de biologische oxidatie van de stikstofverbinding ammonia tot de stikstofverbinding nitriet, gevolgd door de oxidatie van dit nitriet tot de stikstofverbinding nitraat. Oxidatie betekent verbranding. Bepaalde bacteriën zijn in staat om dit proces uit te voeren. Ze “verbranden” ammonia en nitriet om hun cellen van energie te voorzien. Het restproduct is nitraat. Deze specifieke bacteriën hebben een vestigingsplaats nodig om hun werk te kunnen doen, ze zweven liever niet vrij door het water. In een natuurlijk water bevinden deze bacteriën zich op de bodem en wanden van bijvoorbeeld een sloot, maar ook op alle andere oppervlaktes die ze onder water tegenkomen (bijvoorbeeld een oude fiets in de grachten van Amsterdam). Toch is deze natuurlijke oppervlakte vaak beperkt. Om die reden kan de betreffende waterpartij maar een beperkte hoeveelheid vis in leven houden. Er is sprake van een biologisch evenwicht. In onze vijvers ligt dat anders. Wij houden per definitie veel meer vissen dan de natuurlijke stikstofkringloop aankan. Om meer bacteriën te kunnen huisvesten hebben we dus veel meer oppervlakte nodig om het nitrificatieproces volledig te laten functioneren. Daar komt het biologische filter om de hoek kijken.

Biologisch filter

Een filterinstallatie bestaat vaak uit een mechanisch en een biologisch deel. Het mechanische deel heeft tot doel om vaste vuildeeltjes uit het water te halen. Het doel van een biologisch filter is niets anders dan het creëren van aanhechtingsoppervlak voor nitrificerende bacteriën. Of dit nu Japande matten, bewegend bed materiaal of patatvorkjes van de lokale snackbar zijn, maakt niet zoveel uit, hoewel de specifiek voor dit doel ontwikkelde materialen natuurlijk veel efficiënter zijn. Door het aanhechtingsoppervlak van onze vijver enorm te vergroten, is het mogelijk geworden om meer nitrificerende bacteriën van een verblijfsplaats te voorzien, waardoor meer ammonia verwerkt kan worden en we dus meer vissen kunnen houden, zonder deze te vergiftigen. Om deze oxidatie te laten plaatsvinden worden grote hoeveelheden zuurstof verbruikt. Hoe meer vis u houdt, hoe meer u zult moeten beluchten. Daarnaast komt in het proces veel waterstof (H+) vrij, wat een verzurende werking heeft op de vijver

Verversen

Consequentie van de grote hoeveelheid ammonia en nitriet die moet worden geoxideerd, is dat er veel eindproduct in de vorm van nitraat ontstaat. Nu is nitraat niet zo snel een probleem voor de gezondheid van de vissen (dan moet de concentratie namelijk wel heel hoog zijn), maar het kan wel leiden tot een bak vol erwtensoep. Waterplanten, waaronder algen(!), gebruiken nitraat namelijk als voedingsstof. Om de hoeveelheid nitraat binnen de perken te houden zult u dus water moeten verversen. De hoeveelheid te verversen water is afhankelijk van de bezetting en de hoeveelheid voer die u geeft, maar ligt doorgaans op zo’n 10 tot 25 procent per week. Dit verversen heeft nog een ander groot voordeel, het houdt namelijk de KH op peil (Klik hier voor meer informatie over KH).

Auteur: Joop van Tol (Koitoday)