Parasieten in het algemeen

Helaas worden veel vijveraars vroeg of laat geconfronteerd met ziekteverschijnselen in de vijver. De oorzaken van het ziek worden van vijvervissen zijn in een eerder artikel beschreven (ziekteveroorzakers in de vijver). In dit artikel gaan we de verschillende parasieten die ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken onderverdelen in een aantal hoofdgroepen. In latere artikelen zullen we verder inzoomen op de vertegenwoordigers binnen die hoofdgroepen.

Ken je vijand!

Het is van belang om zoveel mogelijk informatie van de ziekteverwekker te verzamelen. “Ken je vijand”, roep ik dan ook regelmatig in mijn cursussen. Immers, hoe beter je die vijand kent, hoe makkelijker het wordt om deze effectief te bestrijden. Door de parasiet op zijn zwakste punt aan te pakken, kun je het gebruik van schadelijke “medicijnen” (zie artikel Medicatie) tot een minimum beperken en heeft dit de minst desastreuze gevolgen voor je geliefde vijverbewoners.

Hoofdgroepen van parasieten

Om onze vijanden goed te leren kennen, deel ik ze eerst grofmazig in. In de literatuur worden alle levende organismes ingedeeld in “Domeinen”, “Rijken”, “Stammen”, “Klassen”, “Ordes”, “Families”, “Geslachten” en “Soorten”. Dat gaat wat ver voor onze doeleinden. Ik beperk me daarom tot “Hoofdgroepen”, “Subgroepen” en “Soorten”, waarbij voor de verschillende “soorten”, denk bijvoorbeeld aan “huidwormen” of “witte stip”, aparte artikelen zullen verschijnen. Overigens zijn lang niet alle soorten die onder de hoofd- en subgroepen vallen parasitair. De indeling in hoofd- en subgroepen is als volgt:

Wormachtige
  • Dit betreft een groep van dierlijke, meercellige organismen, waarbij geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting kan voorkomen en waarbij een deel levendbarend en een deel eierleggend is. We onderscheiden de volgende subgroepen:
    • Nematoden (ring- of draadwormen)
    • Trematoden (zuig- of platwormen)
    • Cestoden (lintwormen)
  • Voorbeelden: Huidwormen, Kieuwwormen, bloedzuigers, camallanus.
Kreeftachtigen
  • Dit betreffen dierlijke, meercellige organismen die zich geslachtelijk voortplanten en eierleggend zijn. Kreeften zijn geleedpotigen (waaronder ook insecten vallen) en hebben een uitwendig skelet (cuticula) wat niet meegroeit, waardoor ze zich regelmatig moeten vervellen.
  • Voorbeelden: Ankerworm, Karperluis.
Protzoa
  • Dit betreffen dierlijke, ééncellige organismen die zich ongeslachtelijk voortplanten middels celdeling (soms voorafgegaan door cystevorming). Subgroepen:
    • Ciliaten (wimpeldiertjes)
    • Flagellaten (zweepdiertjes)
  • Voorbeelden: Costia, Trichodina, Witte Stip.
Bacterien
  • Dit betreffen ééncellige organismen die zich ongeslachtelijk voortplanten door celdeling. Subgroepen:
    • Bacteriën kunnen op vele manieren gegroepeerd worden, dit voegt echter niets toe aan ons specifiek doel, dus dat laat ik achterwege.
  • Voorbeelden: Flexibacter Colomnaris, Pseudomonas, Aeronomas Punctata.
Schimmels
  • Dit betreffen meercellige organismen die je kunt zien als een plant, zonder bladgroen.
  • Voorbeelden: Saprolegnia, Branchiomyces, Dermocystidium.
Virussen
  • Virussen bestaan niet uit cellen. Een virus(deeltje) is niet meer dan een streng DNA of RNA omgeven door een eiwitmantel. Virussen zijn altijd parasitair
  • Voorbeelden: KHV, Karperpokken, SVC

Auteur: Joop van Tol (www.koitoday.nl)