Sanke

Thaiso Sanshoku

Taisho Sanshoku zoals de in de volksmond genoemde Sanke officieel heet, is één van de drie hoofdrolspelers in de koi-scene. Naast Kohaku en Showa behoort de Sanke tot de groep die wel wordt aangeduid met Go-Sanke. Go-Sanke is een term uit de Edo periode (1806 – 1868) en betekent “drie eerbare huizen”. Waarbij opgemerkt dat Edo de vroegere naam was van Tokyo, waar het shogunaat (en dus de macht) was gevestigd. Variëteiten uit de Go-Sanke groep zijn gemiddeld véél populairder dan alle andere variëteiten bij elkaar. De letterlijke vertaling van Sanke is driekleur, verwijzend naar de witte (shiroji) basiskleur met daarop een rood (Beni) en een zwart (Sumi) patroon.

Oorsprong

De variëteit Sanke is aan het begin van de vorige eeuw ontstaan door een Shiro Bekko met een Kohaku te kruisen. Een logische kruising, want een Shiro Bekko is een witte vis met kleine zwarte patronen (vlekpatroon) en een Kohaku een witte vis met grote rode patronen (zadelpatroon). Door dit te combineren is de Sanke ontstaan; een witte vis met een rood zadelpatroon en een zwart vlekpatroon. Hierbij nadrukkelijk opgemerkt dat we het hebben over een variëteit en niet over een ras. Bij een ras hebben alle nakomelingen dezelfde kenmerken, bij een variëteit kun je ook nakomelingen verwachten die in dit geval geheel wit (Shiro Muji), geheel rood (Benigoi) kunnen zijn, of waarbij het zwart ontbreekt (Kohaku) danwel het rood ontbreekt (Shiro Bekko).

Kweek

Een aantal kwekers in Japan is gespecialiseerd, of mede gespecialiseerd in Sanke. Denk aan Momotaro, Yamamatsu, Matsunosuke, Marusyo (Tanaka), Konishi, Ikarashi en Sakai SFF. Sanke heeft echter vele kwekers tot wanhoop gedreven. Het is één van de moeilijkste variëteiten om in hoge kwaliteit te kweken. Je zoekt eigenlijk naar een perfecte Kohaku, wat al een gigantische uitdaging is, met daarnaast hoge kwaliteit sumi (zwart) dat in de juiste hoeveelheid, van de juiste grootte en op de juiste plaats moet liggen! Lastig (understatement). Vooral dat sumi is vaak de showstopper. Dit sumi komt pas in een latere levensfase opzetten en moet dan vervolgens aan al die bovengenoemde verwachtingen voldoen. Dit betekent dat de kweker langere tijd grotere aantallen vissen moet aanhouden, in de hoop een aantal goede Sanke over te houden. Vissen aanhouden kost geld (water, energie, huisvesting, voer). De weinige goede Sanke moeten vervolgens de kosten van alle afvallers goedmaken.

Subvariëteiten
In de loop van de vorige eeuw zijn een viertal subvariëteiten van de Sanke ontstaan. Dit betreffen achtereenvolgens:

  • De Aka Sanke. Een Sanke waarbij een heel groot deel van de witte ondergrond is bedekt met een rood patroon.
  • De Tsubake Sake. Een subvariëteit die zich kenmerkt door een overvloed aan zwart.
  • De Tancho Sanke, met als enige rode patroon een ronde/ovale bol op de kop.
  • De Maruten Sanke, met een losse rode bol op de kop, maar ook nog een rood patroon op het lichaam.

Naast deze wagoi (geschubde varianten) bestaat Sanke natuurlijk ook nog in een Doitsu (schubarme) en Hikari (metallic) uitvoering.

Tancho Sanke Aka Sanke Sanke

Auteur: Joop van Tol (Koitoday)